De vogelkooi

Dominee Thomas ging op paasmorgen naar zijn kerk in een kleine stad in Engeland. Hij zette een oude, roestige vogelkooi op de preekstoel.

“Gemeente,” vertelde hij. “Ik liep gisteren in de stad, toen ik een kleine jongen zag met deze kooi in zijn handen. In de kooi zaten drie vogeltjes te bibberen van angst. Ik stopte en vroeg hem: ‘Wat heb je daar bij je, jongen?’
‘Een paar oude vogels,’ zei de jongen.
‘Wat ga je met ze doen?’ vroeg ik.
‘Ik neem ze mee naar huis en ga er plezier mee maken,’ antwoordde hij. ‘Ik trek ze de veren uit en laat ze met elkaar vechten.’
‘En wat doe je dan met ze?’
‘O, we hebben een paar katten,’ zei de jongen, ‘en die houden wel van een vogeltje.’

Ik was sprakeloos. Toen vroeg ik: ‘Hoeveel wil je voor die vogels hebben?’
‘Waarom wilt u deze vogels hebben? Ze zijn lelijk en zingen niet eens.’
Opnieuw vroeg ik hem: ‘Hoeveel wil je er voor hebben?’
Hij zei: ‘Tien euro.’
Ik betaalde hem en wandelde naar het eind van de straat. Daar heb ik de vogels vrijgelaten.”

Hij begon aan zijn preek.

“Op een dag waren satan en Jezus aan het converseren. Satan was net terug van een bezoek aan de aarde en pochte: ‘Ik heb een valstrik gezet die de mensen niet konden weerstaan.’
‘Wat ben je van plan met ze te doen?’ vroeg Jezus.
Satan antwoordde: ‘O, ik ga plezier met ze maken! Ik ga ze leren hoe ze elkaar moeten haten, en hoe ze elkaar moeten misbruiken. Ik ga ze leren hoe ze wapens en bommen moeten maken en hoe ze elkaar moeten vermoorden.’
‘En wat ga je met ze doen als je klaar bent met hen?’ vroeg Jezus.
‘O, ik vermoord ze allemaal,’ zei satan trots.

Jezus vroeg: ‘Hoeveel wil je voor hen hebben?’
‘Wat wil je met deze mensen? Ze zijn slecht, waarom wil je ze hebben? Ze haten je en ze spugen je in het gezicht, ze vervloeken en vermoorden je! Je wilt deze mensen niet!’
‘Hoeveel?’ vroeg Jezus weer.
satan keek Jezus aan en lachte. ‘Al je tranen en je bloed,’ zei hij.
Jezus zei: ‘DEAL.’
En Hij betaalde de prijs.”

Toen pakte dominee Thomas de oude vogelkooi en liep de preekstoel af.

Is het niet erg eenvoudig om God de schuld te geven dat de wereld ten onder gaat? Is het niet droevig dat wij alles geloven wat de kranten schrijven en kwesties in de kiem smoren die de Bijbel stelt?

Is het niet droevig dat iedereen verwacht naar de hemel te gaan, terwijl ze niet eens in Christus geloven, nooit denken of spreken over hun geloof in God, of iets doen wat God van hen vraagt?

Is het niet beangstigend hoe sommigen zeggen: ‘Ik geloof in God,’ en toch satan volgen? Terwijl satan wel degelijk in God gelooft.

Het is droevig dat je duizend grappen per e-mail kan versturen en iedereen neemt ze over, maar als je iets met betrekking tot God verstuurt, dan zullen maar weinig mensen het doorsturen.

Is het niet droevig hoe gemeenheid, grofheid, ordinaire dingen, onzedelijkheid en porno vrije doorgang krijgen, maar een gesprek over Jezus op school en op het werk wordt afgehouden?

Is het niet droevig dat iemand op zondag in vuur en vlam kan staan voor Christus, maar door de week een onzichtbare christen is?

Lach je nu?

Is het niet droevig, dat je dit verhaal niet naar iedereen in je adresboek durft te sturen, omdat je niet weet of hij of zij geloven, of hoe ze over je zullen denken, als je ze dit verhaal toestuurt.

Is het niet droevig dat je bezorgder bent over de vraag hoe mensen over je denken,
dan hoe God over jou denkt?

Citaat

Mijn gitaar

Op een conferentie vertelde Peter Sleebos het volgende verhaal.

“Toen ik een kleine jongen was, wilde ik graag een gitaar. Telkens mijn vader op zijn gitaar speelde, zat ik ernaast en speelde dan op mijn ukelele, een soort mini-gitaartje. Toen het sinterklaasfeest naderde hoopte ik een gitaar te krijgen.

Mijn vader vond op een stort een oude, versleten gitaar. Hij pakte ze in en deed er een nieuwe balpen bij om het aantrekkelijk te maken. Toen ik het pak zag staan, dacht ik: ‘yes!’ en ging uit de bol. Maar toen ik het cadeau opende viel de gitaar in stukken uit elkaar. Ik was razend, verdrietig en teleurgesteld. Ik rende naar mijn kamer en sloeg de deur zo hard dicht dat het glas sneuvelde.

Na enige tijd hoorde ik voetstappen de trap opkomen. Mijn vader kwam aan de deur en sprak: ‘Kun jij mij vergeven, zoon, dit heb ik niet goed gedaan.’ Zowel bij mij als bij mijn vader vloeiden er tranen.

Zo leerde mijn vader mij om vergiffenis te vragen. Een les om nooit te vergeten.