Slechte vrienden?

 

De roeping van Mattheüs

En Jezus ging vandaar verder en zag iemand in het tolhuis zitten, die Mattheüs heette; en Hij zei tegen hem: Volg Mij! En hij stond op en volgde Hem. En het gebeurde, toen Hij in het huis van Mattheüs aanlag, zie, veel tollenaars en zondaars kwamen en lagen met Jezus en Zijn discipelen aan. En toen de Farizeeën dat zagen, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaars en zondaars? Maar Jezus, Die dat hoorde, zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Maar ga heen en leer wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.
Mattheüs 9:9-13

We lezen hier het verhaal van de roeping van Matheus. Jezus ziet hem hier zitten aan het tolhuis en Hij zegt: volg mij. Geen verdere uitleg, maar de uitnodiging wordt opgevolgd, ook zonder opmerkingen.

Even verderop in de tekst zitten ze aan de maaltijd. Tollenaars en zondaars.

De reactie van de farizeeën is onthutsend: hoe kan een godsdienstig man als Jezus zich in zo’n gezelschap bevinden? De tollenaars stonden slecht aangeschreven omdat ze mee deden met de Romeinse overheersers die als een vijand werden beschouwd. Zij zelf weigerden met die mensen aan tafel te gaan  uit vrees zich ritueel te verontreinigen. Maar ook omdat zij zichzelf op een hoger niveau stelden.

Doen wij soms ook niet hetzelfde als we tegen onze kinderen zeggen dat ze geen omgang moeten hebben met “ slechte vrienden”. Ze zouden zo die manieren overnemen. Is er wat dat betreft genoeg vertrouwen in onze kinderen dat ze hiertegen bestand zijn? Het antwoord van Jezus is duidelijk; Hij is er om de “zieken”. Hij citeert de profeet  Hosea als Hij zegt “barmhartigheid wil Ik en geen offerande”.

Barmhartigheid: een woord dat we buiten de bijbel niet kennen, maar het betekent medeleven, medelijden. En dat vertoonden de farizeeën zeker niet door hun afwijzend gedrag. God heeft geen offers nodig, alles is van Hem. Het is eerder een uitdrukking van onze nood aan Hem waardoor wij onze dankbaarheid kunnen en mogen tonen. God wil geen schijnoffers waar ons hart in ontbreekt. Hij wil namelijk ons hele wezen.

Zijn uitnodiging: “volg mij” geldt dan ook voor ons om deel te nemen aan de feestmaaltijd die de Vader zal inrichten.  Jesaja 25;6-9 zegt:

Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten  voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen. Op deze berg vernietigt hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn. Voor altijd doet hij de dood teniet. God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,  de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg-  de HEER heeft gesproken. Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: hij zou ons redden. Hij is de HEER, hij was onze hoop.

Juich en wees blij: hij heeft ons gered!

Advertenties