Citaat

Gods genade blijft altijd groter dan wat jij ooit misdeed.

Advertenties

Gods weg is volmaakt

De HEERE vergold mij naar mijn gerechtigheid;
Hij gaf mij loon naar de reinheid van mijn handen.

Want ik heb mij aan de wegen van de HEERE gehouden,
ik ben van mijn God niet goddeloos afgeweken.
Want al Zijn bepalingen hield ik voor ogen,
Zijn verordeningen deed ik niet van mij weg,
maar ik was oprecht voor Hem,
ik was op mijn hoede voor mijn ongerechtigheid.

Daarom gaf de HEERE mij naar mijn gerechtigheid,
naar de reinheid van mijn handen vóór Zijn ogen.

Tegenover de goedertierene toont U Zich goedertieren,
tegenover de oprechte man oprecht.
Tegenover de reine toont U Zich rein,
maar tegenover de slinkse toont U Zich een Strijder.

Want Ú verlost het ellendige volk,
maar de hoogmoedige ogen vernedert U.
Want Ú doet mijn lamp schijnen, HEERE;
mijn God doet mijn duisternis opklaren.

Want met U ren ik door een legerbende,
met mijn God spring ik over een muur.
Gods weg is volmaakt,
het woord van de HEERE is gelouterd,
Hij is een schild voor allen die tot Hem de toevlucht nemen.

Want wie is God, behalve de HEERE?
Wie is een rots dan alleen onze God?
Het is God Die mij met kracht omgordt;
Hij heeft mijn weg volkomen gemaakt.

Hij maakt mijn voeten als die van hinden
en doet mij op mijn hoogten staan.
Hij oefent mijn handen voor de strijd
en leert mijn armen een bronzen boog spannen.

Ook hebt U mij het schild van Uw heil gegeven,
Uw rechterhand heeft mij ondersteund,
Uw zachtmoedigheid heeft mij groot gemaakt.
U hebt mijn voetstappen onder mij ruimte gegeven,
mijn enkels hebben niet gewankeld.

Ik vervolgde mijn vijanden en haalde hen in;
ik keerde niet terug, totdat ik hen vernietigd had.
Ik verpletterde hen, zodat zij niet meer konden opstaan;
zij vielen onder mijn voeten.

Want U omgordde mij met kracht voor de strijd;
U deed hen die tegen mij opstonden, onder mij neerbukken.

Psalm 18:21-40

David heeft na zijn verlossing uit de greep van al zijn tegenstanders een prachtig danklied geschreven. Vandaag lezen wij een stukje daarvan. David was er diep van doordrongen dat hij zijn redding niet aan zichzelf had te danken, maar dat het Góds werk was.

Hoe is dat bij ons? Ook ons leven wordt bedreigd door allerlei vijandige machten. Denken wij alleen maar aan de ontzagwekkende macht van de satan, de zonde en de dood. Wie zou ons daarvan kunnen bevrijden dan God alleen? De redding, het heil is van de Here. Het is bij niemand anders te vinden. Maar dan is het ook nodig dat wij in het besef van onze eigen onmacht de toevlucht tot Hem nemen.

Niemand die tot Hem gaat met belijdenis van zonde en schuld, zal met lege handen worden weggestuurd. Wij hebben een machtige God en een machtige Heiland, die altijd leeft om voor ons te bidden en te pleiten. Hij zal ons uit alle nood en dood verlossen. Wij mogen meer dan overwinnaars zijn door Hem die ons heeft liefgehad (Romeinen 8:37). Zo weten wij door het geloof dat Gods weg met Zijn kinderen volmaakt is, zelfs al begrijpen wij vaak niet Zijn wijze bedoelingen met alles wat ons overkomt. God wil ons leiden en ons in de ruimte stellen (vers 20,37), zodat wij wandelen in de vrijheid van de Geest. Onze weg is dan effen, en onze voeten zijn als die der hinden om het pad te lopen dat Hij voor ons heeft uitgestippeld (vers 33,34). Wanneer wij echter ongehoorzaam zijn, zal God ons moeten confronteren met de resultaten van onze eigen wegen (vers 27).