De “vreze des Heeren”: antieke woorden?

Christenen houden van vrolijke en gezellige samenkomsten. Het moet niet al te serieus, niet al te zwaar zijn. En spreek liever niet te vaak over zonde en heiligheid. Daar worden we onrustig van. Toch kan het nodig zijn dat we onrustig worden. Juist het spreken over de vreze des Heeren bepaalt ons bij onze onheiligheid en bij de noodzaak van bekering en levensheiliging. Te snel sluiten we compromissen met de wereld en met de zonde.

Ik heb het christenen horen zeggen: ‘Het maakt niet uit hoe ik leef, al mijn zonden zijn toch al vergeven door de Heere Jezus.’ Maar wie zo spreekt, heeft nog niet werkelijk begrepen wat verlossing inhoudt. Want wie beseft wat het  Jezus heeft gekost om je te redden, zal een steeds grotere afkeer van zonde en ongerechtigheid krijgen.

De vreze des Heren heeft alles te maken met  eerbied en ontzag voor Hem. Dat geldt voor de wijze waarop we omgaan met  Zijn Woord, maar ook voor ons leven met Hem en ons spreken over Hem, ook in onze samenkomsten. Er is vaak zoveel oppervlakkigheid in ons geestelijke leven. Een werkelijke ontmoeting met de Heere kan dat in één keer veranderen.

Deze reacties kom je ook in het Nieuwe Testament tegen wanneer mensen een ontmoeting hebben met de Heere Jezus. In Lucas 5 lezen we over de wonderbare visvangst. De discipelen hebben heel de nacht gevist en niets gevangen. Wanneer de Heere Jezus, nadat Hij vanuit de vissersboot de schare heeft toegesproken, tegen Simon Petrus zegt dat hij naar diep water moet varen en de netten moet uitwerpen, protesteert Petrus eerst, maar zegt dan: ‘Op Uw woord zal ik het net uitwerpen.’

Even later blijkt dat het net zo vol vissen zit, dat ze hulp nodig hebben van anderen om het net met de vissen binnen te halen. Als Simon Petrus dat ziet, valt hij neer voor de knieën van Jezus en zegt: ‘Heere, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens’ (vers 8).

Wanneer we een ontmoeting met de Heere Jezus hebben, laat dat ons niet onberoerd. Dat raakt je tot in het diepst van je hart. Dan besef je: Hij is de Heilige. Misschien roep je dan ook wel uit ‘Heilig, heilig, heilig is Hij’. Een ontmoeting met Hem kan je voorgoed veranderen. Dan besef je ook dat je met Hem geen spelletje kunt spelen.

Advertenties

Nieuwe dingen

We zitten in een overgangsperiode waarin er binnen onze maatschappij veel dingen gaan veranderen. Oude zekerheden verdwijnen en van de nieuwe weet niemand wat deze gaan brengen. Dat geldt op het terrein van de wereld- machten, de economie, het milieu, de veiligheid maar dat geldt ook voor het dagelijks leven. Toch hoeven wij christenen niet bang af te wachten of mee te gaan in onheilspellende doem- scenario’s. God heeft voor ons een land bereid, een taak, een missie, een nieuw gebied om zijn glorie te laten zien. Zijn opdracht aan ons is om uit de veilige comfortzone te stappen en samen met Hem risico’s te nemen. De toekomst van de wereld ligt in Gods handen en zijn plannen zijn gericht op ons heil (Jer. 29:11). Neem daarom het risico: steek jouw persoonlijke rivier over, welke psychologische grens dat ook moge zijn en verken je nieuwe bestemming.

Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven.
Jeremia 29:11

Uit: Bethesda magazine

Stilte

Bekend is het woord van een Duitse dichter: ‘Niet naar rust verlang ik, maar naar stilte’. Wanneer het werk zich opstapelt – dat is niet erg. Maar als het rumoer van deze wereld ons overal achtervolgt, als we niet ergens een plekje hebben, waar het stil is, dan missen we veel. Toch is er iets, dat nog veel belangrijker is dan een stil plekje in deze wereld. Dat is de stilte in het hart! Vaak is het zo (en het leven geeft er aanleiding toe) dat niet alleen allerlei vragen van binnen wakker worden, maar dat we misschien aanklachten zouden willen uiten en we ons opstandig voelen.

Moeten we dat dan maar het zwijgen opleggen en terugdringen?
Nee, niet terugdringen zonder meer, maar overwinnen!
En overwinnen kunnen we de storm van binnen, door God te laten spreken tot ons. Waar Gods stem dóórdringt, daar wordt het stil.
En deze stilte is een lofzang tot eer van God.

 

Toeval bestaat niet!

Na de aanslag op 11 september had een bedrijf de overgebleven leden van andere bedrijven, die niet waren omgekomen tijdens de aanslag op de Twin Towers, kantoorruimte aangeboden, om die met elkaar te delen. Tijdens een vergadering sprak het hoofd van de veiligheid over ieders verhaal waarom ze nog in leven waren. Allen waren gered door ‘iets kleins’.

Het hoofd van dit bedrijf zelf, overleefde die dag, omdat zijn zoon een kleuterschool was begonnen. Een andere man leefde nog omdat het zijn beurt was geweest om die dag op oliebollen te trakteren.

Een vrouw was laat omdat haar wekker niet op tijd was afgegaan. Iemand was laat omdat hij op de hoofdweg in de file had gestaan, doordat er een auto ongeluk was gebeurd. Een ander kwam laat omdat hij de bus had gemist. Een vrouw had eten op haar kleren gemorst en moest terug om zich te verkleden. Van een ander wilde de auto niet starten. Iemand ging terug om zijn telefoon te antwoorden.

Iemand kon niet op tijd zijn omdat haar kind zo had getreuzeld. Een ander miste de taxi. Een man kon niet verder omdat hij die morgen nieuwe schoenen had aangetrokken. Hij deed zijn best om op tijd te komen op zijn werk, maar kreeg een blaar op zijn voet en was vlug bij de drogist gestopt om een pleister te kopen.

Door al dit soort kleinigheden overleefden deze mensen deze dag.

Dus wanneer we vastlopen in het verkeer of de lift missen of als we terug moeten om de telefoon te antwoorden, dan zijn we geneigd om ons te ergeren aan al dit soort kleine dingen. Op zulke tijden moeten we dan maar denken, dat dit precies is wat God op dat moment voor ons wil hebben. Lijkt het of de dag verkeerd gaat omdat de kinderen niet willen opschieten met aankleden of we kunnen onze autosleutels niet vinden of alle stoplichten staan op rood, dan moeten we niet boos of gefrustreerd worden.

Dan kan het zijn dat God aan het werk is en voor ons aan het zorgen is.

“Worden niet vijf musjes voor twee penninkjes verkocht? En niet een van die is bij God vergeten. Ja, ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dan niet bevreesd: u gaat veel musjes te boven.”
Lukas 12:6-7

Mijn heil!

Geprezen zij mijn Rots, en verhoogd zij de God van mijn heil.
Psalmen 18:47

David zong dit lied, omdat de Here hem verlossing had geschonken. Het eerste loflied in de Bijbel werd aangeheven om God te prijzen toen Hij Zijn volk Israël had bevrijd uit de slavernij van Egypte. Maar David weet ook persoonlijk van verlossing uit de greep van vijanden. Hij prijst de Here die hem gered had van de geweldenaar. De grote geweldenaar is Satan; hij tracht zo veel mogelijk mensen mee te slepen in zijn eigen ondergang.

Wie de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt vanaf het begin. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou.
1 Johannes 3:8

Gelukkig is de Zoon van God gekomen, opdat Hij de werken van de duivel verbreken zou (1 Joh. 3:8). Gelukkig is de mens die uit de boze macht van de geweldenaar is verlost! Dat is realiteit voor ieder die de Here Jezus als zijn Heiland kent. Er hoeft geen angst meer te zijn voor die geweldenaar, want zijn macht is voor altijd verbroken. Elke gelovige mag zich veilig geborgen weten in de God van zijn heil, in Hem die hij  ‘mijn Rots’ mag noemen. Hebt u die heel persoonlijke en vertrouwelijke relatie met de Here?

“Je kunt van de duivel zeggen wat je wilt, maar niet dat hij lui is.”
Maarten Luther

De satan kan het ons best nog heel moeilijk maken. Maarten Luther heeft eens gezegd: ‘Je kunt van de duivel zeggen wat je wilt, maar niet dat hij lui is.’ Hij houdt niet op met listige pogingen om ons te verleiden. Laten we dan de toevlucht nemen tot de Rots. Bij Hem zijn we veilig, want Hij is de grote Overwinnaar van de boze. Jubel het ook vandaag weer uit: ‘Geprezen zij mijn Rots!’

Uit: Verhalen bij de Bijbel

Vacature

Een gemeente zocht een goede voorganger. Ze vonden slechts één persoon geschikt voor deze functie. Uit onderstaande notities blijken hun bevindingen over de overwogen kandidaten.

NOACH: heeft 120 jaar predikervaring, maar geen bekeerlingen.

MOZES: stottert; vroegere gemeente meldt dat hij gauw uit zijn slof schiet om onbenullige zaken.

ABRAHAM: vertrok naar Egypte toen het moeilijk werd. Schijnt daar problemen met de autoriteiten gekregen te hebben waar hij zich met leugens uit probeerde te redden.

DAVID: houdt er een onaanvaardbare moraal op na: was misschien in aanmerking gekomen voor de functie van muziekleider, als hij niet in zonde was gevallen.

SALOMO: reputatie voor wijsheid, brengt het alleen niet in de praktijk.

ELIA: tegenstrijdig figuur; staat erom bekend niet stressbestendig te zijn.

HOSEA: zijn huis is een janboel; hij is gescheiden, en hertrouwd met een prostituee.

JEREMIA: te emotioneel; onruststoker; volgens sommigen een onmogelijke lastpost.

AMOS: geen training; alleen geschikt als vijgenplukker.

JOHANNES: noemt zichzelf Baptist, maar heeft geen tact en loopt erbij als een hippie. Heeft moeite met “eten wat de pot schaft” in een gemeente.

PETRUS: erg opvliegend karakter; is erop betrapt dat hij ontkende Christus te kennen.

PAULUS: zijn brieven zijn tactloos, te ruw; hij ziet er niet uit en preekt veel te lang.

TIMOTHEÜS: is veelbelovend, maar helaas veel te jong.

JEZUS: beledigt met zijn preken menig kerklid, vooral bijbelleraars; te controversieel; beledigde zelfs de commissie met zijn kritische vragen.

JUDAS: praktisch, gemakkelijk mee samen te werken, kan goed met geld omgaan, zorgt voor de armen.

De commissie heeft daarom besloten dat Judas de geschikte persoon is voor haar gemeente.