Verlangen naar het beloofde land

Dit verlangen moet in ons aanwezig zijn. Dan zal het een uitwerking hebben in ons dagelijks leven. We moeten niet tevreden zijn met een leven in de woestijn, maar verlangen dat Jezus in ons zichtbaar wordt, ook in onze kerken. Dat er meer en meer gelovigen zullen zijn die zich helemaal aan God toewijden, met het diepe verlangen in Zijn tegenwoordigheid te zijn. Geestelijke groei zal dan zichtbaar worden en het is goed mogelijk dat anderen dat eerder opmerken dan wijzelf.
Deze groei veroorzaakt geestelijke honger, die pas wordt gestild wanneer wij Gods goedheid hebben geproefd en een glimp hebben opgevangen van Hemzelf.

Wel zien we dat Jezus – die voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst was opdat zijn door door Gods genade iedereen ten goede zou komen – vanwege zijn lijden en dood nu met eer en luister gekroond is.
Hebr. 2:9

Wanneer we in Zijn tegenwoordigheid komen en Hem werkelijk ontmoeten, dan zullen we onze eigen kleinheid en zondigheid beseffen. Hij is immers de Heilige.

Ik (Jesaja, nvdr) riep het uit: ‘Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen!’
Jes. 6:5

Hierna heiligde de Heere Jesaja en kon hij toch in Gods tegenwoordigheid zijn. Met volle vrijmoedigheid mogen wij tot Hem gaan, omdat de Heere Jezus als de Hogepriester de hemelen is doorgegaan.

Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemel is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.
Hebr. 4:14-16

 

Advertenties
Aside

Psalm 13

Ik wil de Here zingen, omdat Hij mij heeft welgedaan.
Ps. 13:6

Hoe lang nog? David heeft het moeilijk en voelt zich alleen. De vijand zegeviert en hij ziet geen uitkomst. Het duurt allemaal zo lang. Waar blijft God?

Ten slotte komt hij met zijn innerlijke strijd bij de Here. Zijn viervoudige klacht ‘hoe lang nog?’ – gaat over in een gebed om uitredding. En de Psalm eindigt met een geloofsbelijdenis en een lofzang. Een illustratie van óns leven, van de beproeving van ons geloof. Hoe eenzaam voelen we ons dikwijls als zorgen en ziekte op ons afkomen.

Als er lange tijd niets verandert en het lijkt of God ver weg is. Kan onze cirkel van eenzaamheid en wanhoop doorbroken worden?

Ja! Als we net als David tot God gaan en onze nood met Hem delen. Zeker, het begint met vragen en met de schreeuw: ‘Hoe lang nog?’ Bent U mij vergeten? Waarom antwoordt U niet? Waarom schijnt de duivel de overwinning te behalen?

Dan, als het antwoord uitblijft, worden we kleiner en stil voor God. Een kinderlijk gebed: ‘Here, mijn God, zie toch en antwoord mij’ stijgt uit ons hart op naar de hemel. Weet u het ook dat God de Here, uw Vader is en dat u mag zeggen: ‘mijn God’? Dan zal dit in uw problemen de oplossing brengen die voert naar de overwinning: dus het vertrouwen op Gods goedertierenheid in uw leven.

Hij ziet u in de strijd; Hij kent het lijden van ieder van Zijn kinderen en Hij geeft op Zijn tijd uitredding. Dit geeft innerlijke rust en blijdschap. De klaagzang verandert in een loflied.

(Overgenomen uit “Verhalen bij de bijbel”)

Bijbelse vrouwen

In het Mattheüsevangelie krijgen we een opsomming van het geslachtsregister van Jezus. Wat hierbij opvalt is dat er in die stamboom vier vrouwen vermeld worden tussen al die mannen. Vrouwen van vreemde origine dan nog wel:

  1. Tamar, de Aramese
  2. Rachab, de hoer uit Jericho
  3. Ruth, de Moabitische
  4. en Batseba, wiens man een Hethiet was.

Ze hebben allen een eigen achtergrond en verhaal en komen uit verschillende tijden. Toch komen ze voor in de joodse geschiedenis.

Wat nog opvalt is dat niet de stammoeders (Sarah, Rebekka, Lea of Rachel) hier opgesomd worden. Het doet mij besluiten dat Gods wegen en gedachten heel anders zijn dan de mijne. Hij gebruikt de “fouten” om toch kromme lijnen recht te trekken.

Jezus is niet zomaar een zoon van David, maar Gods Zoon. Zijn genade en liefde zijn grensoverschijnend.